onze Oosterse katten

 

Klik op een foto

Binh Dinh  Ninh Binh

 Chatanga  Zeus Ceesje NePal

Leou Jopie

Mopie  Binkie Psourr NaKaim

 

__________________________________________________________________

†  Ebi Nur † Fuusje † Lao-Tse † Lu-Chou † PuMa † Jojo __________________________________________________________________

 

 

 

 

OOSTERLINGEN

geschiedenis   uiterlijk   karakter   genetica

 

geschiedenis

 

In Europa worden Siamezen, Oosters Kortharen, Balinezen en Mandarins tot hetzelfde ras gerekend. Hierbij is de Balinees de halflangharige  'uitvoering' van de Siamees en de Mandarin de halflangharige 'uitvoering' van de Oosters Korthaar. Bij de FIFé-verenigingen wordt de Mandarin anders genoemd, namelijk: Javanees. Een naam voor deze variëteit die overal gebruikt kan worden is: Oosters (half)Langhaar.

Doordat ze tot hetzelfde ras worden gerekend is het mogelijk dat de 4 variëteiten binnen het zelfde nest geboren kunnen worden. Niet elke fokker van dit ras zal het zover laten komen of zelfs goedkeuren, omdat er in deze situatie niet meer gesproken wordt van zuivere kortharen.

De Balinees is een uit Amerika afkomstig ras dat rond de jaren '50 is ontstaan. Al jaren lang kwam het voor dat er van tijd tot tijd langharige kittens geboren werden in nesten van bepaalde Siamese lijnen. Deze kittens werden over het algemeen door de fokkers als 'onvolwaardig' beschouwd, aangezien het langharige gen hen diskwalificeerde voor het uitbrengen op shows.

Totdat er in Amerika een fokster was die de langharige kittens mooi vond en zich van de raseisen verder niets aantrok. En zo is men rond de jaren '50 over gegaan op de bewuste fok van halflangharige Siamezen.

Het ras werd steeds populairder en kreeg zijn eigen naam: de Balinees, omdat men het diertje zo sierlijk en elegant vond en aan een Balinese tempeldanseres deed denken.

Toen het ontstaan van de Balinees een feit was, werd de stap naar een Oosters halflangharige kat snel gemaakt. Men kruiste een Oosters Korthaar met een Balinees om het gen voor langhaar in te brengen en het ontstaan van de Mandarin was een feit.

 

 

 

 

OOSTERLINGEN

geschiedenis   uiterlijk   karakter   genetica

 

 

 

uiterlijk

 

De Balinezen en Mandarins lijken in bijna alle opzichten op hun kortharige verwanten. 

Ze hebben een oosterse lichaamsbouw, met een gespierd, lang, buisvormig lichaam. De kop is wigvormig en heeft in het ideale geval de vorm van een gelijkzijdige driehoek.  

De neus moet lang en recht zijn en bij voorkeur met een Romaans profiel.  

De ogen zijn amandelvormig en schuin geplaatst.  

De kleur van de ogen bij de Balinees is donkerblauw en bij de Mandarin smaragdgroen. 

De Balinees heeft een lichtgekleurde vacht met 

points (= aftekening in een donkerder kleur dan de rest van de vacht op kop, oren, poten en staart). 

De Mandarin is volledig gekleurd, effen of met een tabby-patroon.

Het enige verschil is de lengte van de vacht.

Deze halflangharige vacht is sluik, glad aanliggend en zijdeachtig. De vacht van deze rassen heeft als voordeel dat hij niet de neiging heeft te gaan klitten, omdat er geen wollige ondervacht aanwezig is. Qua onderhoud houdt dat in, dat het verwijderen van dode en losse haren in de rui periode met een rubberen borsteltje, een vochtige zeem of vochtige handen genoeg is.

De pluimstaart is het meest indrukwekkend en opvallend aan de Balinezen en de Mandarins. Vergelijkingen met de staart van een eekhoorn worden vaak gemaakt.

 

 

 

 

OOSTERLINGEN

geschiedenis   uiterlijk   karakter   genetica

 

 

 

karakter

 

De Balinezen en Mandarins gedragen zich, net als hun korthaar verwanten, als echte musketiers. Ze zijn temperamentvol, altijd een tikkeltje ondeugend, levendig en vol levenslust. Ze zijn erg actief, acrobatisch en ondernemend, apporteren, openen deuren en zijn speels. 

Het zijn spraakzame katten met een duidelijk stemgeluid, die graag veel aandacht van hun eigenaars willen hebben maar dit ook geven en zich beslist niet stilletjes op de achtergrond houden.

Ze leven altijd samen met hun baas en ook onderling zijn het hele sociale dieren. Ze nemen je bureau in beslag, liggen met zijn allen op een veel te kleine stoel in een niet te ontwarren kluwen van kattenlijven of zoeken allemaal tegelijk een plaatsje uit op je schoot om urenlang te knuffelen.

 

  

 

Het zijn uiterst nieuwsgierige katten en er ontgaat hen weinig. Ze bemoeien zich het liefst met alles wat er in huis gebeurt. Ze vormen een geweldige hulp in de huishouding; maken bedden mee op, helpen met het vouwen van de was en inspecteren de inhoud van de kasten.

De visite hoeft niet te zoeken naar deze kat; hij komt al snel na hun binnenkomst kennismaken, nestelt zich op schoot en stelt zich tevens op de hoogte van de inhoud van hun tassen.

 

Het zijn katten met een uitgesproken persoonlijkheid die ze niet onder stoelen of banken stoppen.

 

 

 

 

 

OOSTERLINGEN

geschiedenis   uiterlijk   karakter   genetica

 

 

 

genetica

 

Allereerst enkele basisprincipes:

 

*    Er zijn 2 soorten genen: dominante genen, welke met een hoofdletter worden aangegeven; en er zijn recessieve genen, welke met een kleine letter worden aangegeven. (bijv. het korthaar gen is de hoofdletter L en het langhaar gen is de kleine letter l )  

*    Een dominant gen hoeft maar bij 1 van de ouderdieren aanwezig te zijn om bij de kittens zichtbaar te worden.

*    Een recessief gen moet bij beide ouderdieren aanwezig zijn om bij de kittens zichtbaar te worden.

*    Fenotype wil zeggen het uiterlijk van de kat.

*    Genotype is de kat genetisch gezien.

*    Een kat is homozygoot als hij 2 keer het zelfde gen draagt, (bijv. LL of ll). Hij is dan zuiver voor dit karakter en zijn genotype komt overeen met zijn fenotype.

 

Een kat heeft 2 genen voor kort en/of langhaar.

Een zuivere korthaar heeft 2 genen voor korthaar: LL

Een langhaar heeft 2 genen voor langhaar: ll

De combinatie Ll kan natuurlijk ook: een gen voor korthaar en een gen voor langhaar. Het gen voor korthaar is dominant. Dat betekent dat deze kat fenotypisch korthaar is, maar genotypisch zowel een gen voor korthaar als voor langhaar draagt. Deze katten noemen we varianten.

Een Balinees variant (of zoals sommigen ze ook noemen: een Siamees variant) is een fenotypisch Siamees met genotypisch een gen voor korthaar en een gen voor langhaar.

Een Mandarin variant (of Oosters Korhaar variant) is hetzelfde verhaal: een fenotypische Oosters Korthaar met genotypisch een gen voor korthaar en een gen voor langhaar.

Hieronder 2 diagrammen die laten zien hoe katten die homozygoot voor korthaar en homozygoot voor langhaar onderling vererven.

Diagram 1: Kruising korthaar met korthaar

 

Diagram 2: Kruising langhaar met langhaar

     

 

L

L

        

 

l

l

L

LL

LL

l

ll

ll

L

LL

LL

l

ll

ll

100% korthaar kittens

100% langhaar kittens

Het gen voor korthaar is dominant ten opzichte van het gen voor langhaar. Dit houdt in dat wanneer we een homozygote korthaar kruisen met een homozygote langhaar er alleen maar kortharen uitkomen voor wat betreft het uiterlijk.

Wat genotype betreft is er een duidelijk verschil. Want deze kortharige katten dragen wel het gen voor langhaar, de variant.

Dit soort kruisingen worden gedaan omdat de kortharige rassen beter aan de rasstandaard voldoen en op deze manier wordt het type van de langharige rassen dus verbeterd. Tevens worden er op deze manier nieuwe bloedlijnen ingebracht. De varianten die uit dit soort kruisingen komen, zijn dan ook erg belangrijk voor de langhaar fok. Tegenwoordig doen sommige varianten qua type al niet meer onder voor de zuivere Siamezen en Oosters Kortharen.

Diagram 3:

Een kruising tussen een homozygote korthaar en een homozygote langhaar

 

 

l

l

L

Ll

Ll

L

Ll

Ll

100% variant kittens

Een punt van aandacht komen we tegen als we de varianten onderling gaan kruisen. Uit deze kruisingen worden zowel langharige als kortharige katten geboren. Het probleem ligt nu bij de kortharige kittens uit deze combinatie omdat er varianten en zuivere korthaar kittens bij kunnen zijn.

Diagram 4: Een kruising tussen 2 varianten

 

 

L

l

L

LL

Ll

l

Ll

ll

25% zuiver korthaar kittens

25% zuiver langhaar kittens

50% variant kittens

Zoals in diagram 4 te zien is, is de kans op een zuiver kortharig kitten 25% en op een variant 50%. Zoals we eerder hebben beschreven zijn varianten fenotypisch gelijk aan zuivere kortharen, maar genotypisch dragen ze dat extra gen voor langhaar. Het is nu dan wel duidelijk dat we van deze korthaar kittens niet weten wie de variant is en wie de zuivere korthaar is.

(De kans op korthaar kittens in dit diagram is 75%. Van deze 75% is de kans op zuivere korthaar (LL) 33,3% en de kans op een variant (Ll) is 66,6%)

Wanneer dan ook kortharige kittens uit een kruising tussen 2 varianten doorgaan voor de fok, moeten deze ons inziens eerst gekruist worden met een langhaar. Komen er in dit nestje langhaar kittens voor, dan weet je dat je te maken hebt met een variant. Komen er in het nestje alleen maar kortharen voor, dan is de kans erg groot dat het een zuivere korthaar is.

Als er wel een korthaar kitten uit een kruising tussen 2 varianten gekruist wordt met een zuivere korthaar, is de kans enorm groot dat er een gen voor langhaar in de korthaar lijnen wordt gebracht. Neem aan dat de fokkers van zuivere kortharen daar niet blij mee zullen zijn. Zie ook diagram 6.

Voor de volledigheid geven we hieronder nog 2 diagrammen weer. Een diagram (5) met een kruising tussen een halflanghaar en een variant en een diagram (6) tussen een variant en een zuivere korthaar.

Diagram 5:

Kruising variant met langhaar

 

Diagram 6:

Kruising variant met korthaar

     

 

L

l

     

 

L

l

l

Ll

ll

L

LL

Ll

l

Ll

ll

L

LL

Ll

50% zuiver langhaar kittens

50% variant kittens

50% zuiver korthaar kittens

50% variant kittens

 

 

 

Hieronder een banner van een site over

de genetica van kleuren en patronen bij een kat:

 

 

 

 

 

 

OOSTERLINGEN

geschiedenis   uiterlijk   karakter   genetica

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

web ontwerp

&

onderhoud door: